dinsdag 7 september 2010

7 september: publiek debat consument en biodiversiteit




De vis raakt op, oerwoud verdwijnt, landbouwgrond verandert in woestijn en zoet water wordt steeds kostbaarder. Verlies van natuurlijke hulpbronnen raakt onze voedsel- en medicijnproductie in het hart. Wat kunnen consumenten daartegen doen? En welke informatie of economische prikkels zijn daarvoor nodig? Werkt de wortel, de preek of de zweep het beste?


Dat is het thema van het openbare debat Consument en Biodiversiteit dat 7 september wordt gehouden in centrum Felix Meritis in Amsterdam. Het debat van de Taskforce Biodiversiteit en Natuurlijke Hulpbronnen is de tweede in de reeks Investeren in biodiversiteit, kiezen of verliezen. In de bijeenkomsten kunnen burgers en maatschappelijke organisaties aangeven hoe volgens hen het verlies van biodiversiteit is te stoppen. De uitkomsten worden verwerkt in een advies aan het kabinet.

De manier waarop we omgaan met onze natuurlijke hulpbronnen bedreigt de verscheidenheid van genen, soorten en ecosystemen, kortom de biodiversiteit op aarde. Nu al wordt zo’n 40 procent van alle planten en dieren met uitsterven bedreigd. Wereldwijd is afgesproken dat het verlies van biodiversiteit, voor zover mogelijk, vóór 2020 moet zijn gestopt.

In Nederland richt de Taskforce Biodiversiteit zich op de economische waarde van biodiversiteit.
Hans Alders, voorzitter van de Taskforce, is ervan overtuigd dat een link tussen economisch belang en biodiversiteit essentieel is voor behoud van biodiversiteit. ‘Wereldwijd moeten we afspraken maken hoe we permanent gaan betalen voor biodiversiteit. Behoud van biodiversiteit moet economisch interessant worden’, aldus Hans Alders.


Programma debat Consument en Biodiversiteit op 7 september:

• 20.00 uur: opening en welkomstwoord Hans Alders van de Taskforce
• Interviews met: Henriette Prast (emotie-econoom), Lianne van der Wijst (specialist op het gebied van koopgedrag, werkzaam bij onderzoeksbureau GfK) en Nico Roozen (specialist op het gebied van duurzame productie en directeur van ontwikkelingsorganisatie Solidaridad)
• Open discussie
• 21.30: afsluiting door Hans Alders


Elke Nederlander legt beslag op 4 hectare grond (hier en elders op de wereld). Als de ruimte eerlijk verdeeld zou zijn over de inwoners van deze wereld, zouden wij slechts 1,8 ha tot onze beschikking hebben (onze Fair Earth Share).
Dierlijke levensmiddelen als vlees en zuivel, maar ook plantaardige vetten, koffie en thee hebben een groot landbeslag. Het verbouwen van bijvoorbeeld soja (voor veevoer) en palmolie (voor voedingsmiddelen en cosmetica) gaat vaak ten koste van het tropisch regenwoud.
Voor vermindering van de druk op de biodiversiteit is een ander consumptiepatroon nodig. De Taskforce brengt de beste methoden in kaart om onze ecologische voetafdruk door de consumptie van vernieuwbare natuurlijke hulpbronnen in 2050 te beperken tot onze Fair Earth Share. Consumentengedrag is op verschillende manieren te beïnvloeden, bijvoorbeeld door voorlichting (certificering), prijsprikkels, fiscale instrumenten en normstellende wetgeving.
Certificeringssystemen, meestal herkenbaar aan keurmerken, kunnen mensen bewegen om te kiezen voor duurzame artikelen. Voorbeelden zijn de Forest Stewartship Council (FSC) voor hout, de Marine Stewartship Council (MSC) voor vis en Fair Trade voor producten uit ontwikkelingslanden. Voor mensen die bij hun boodschappen rekening willen houden met biodiversiteit is er nu nog weinig informatie beschikbaar (een uitzondering is de Viswijzer) en bestaat er geen speciaal keurmerk. Certificeringssystemen hebben ook nadelen: het is een vrijwillig instrument en er zijn er al vele op de markt. Door dat laatste kunnen consumenten, maar ook bedrijven de weg kwijt raken. Een optie is de criteria met betrekking tot biodiversiteit binnen bestaande systemen aan te scherpen. Dit past in de trend van bredere keurmerken, die meerdere duurzaamheidsaspecten bestrijken.
Maar ook prijsprikkels behoren tot de mogelijkheden, bijvoorbeeld in het geval van vlees en zuivel vormen een belangrijk bestanddeel van ons menu. En het eetgedrag in de opkomende economieën gaat steeds meer op dat in het Westen lijken. Dit terwijl 18% van het wereldwijde broeikaseffect voortkomt uit de vraag naar dierlijke eiwitten. Oorzaken zijn het energieverbruik in de ketens (transport van veevoer en vlees, verpakkingen etc.) maar ook de uitstoot van methaan door rundvee. Daar komt bij dat het aantal hectares landbouwgrond dat nodig is voor de productie van dierlijk eiwit groot is. Hierbij gaat het vooral om weidegronden en sojaplantages voor de productie van veevoer. Met name in Zuid-Amerika is dit een probleem.

Verschillende maatschappelijke organisaties pleiten daarom voor verhoging van de BTW op vlees van 6 naar 19%. Dit kan consumenten stimuleren minder dierlijke eiwitten te nuttigen. Een andere optie is een accijns op vlees in de vorm van een vaste heffing per kilo. Helaas kan duurder vlees ongunstige gevolgen hebben voor de economisch belangrijke vleessector in ons land. Ook kan het de prikkel voor boeren om hun vlees- en zuivelproductie te verduurzamen verminderen. Het gaat hier dus om een lastig dilemma, waarover binnen de Taskforce het laatste woord nog niet is gezegd.

Felix Meritis is op Keizersgracht 324 in Amsterdam.
Toegang tot het debat is gratis

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen