woensdag 22 september 2010

De consument en biodiversiteit === een gastblog van Rosa Draaisma

Op dinsdag 7 september vond in Felix Meritis in Amsterdam het debat ‘de consument en biodiversiteit’ plaats. Dit debat, georganiseerd door de Taskforce Biodiversiteit en Natuurlijke Hulpbronnen is de tweede in de reeks 'Investeren in biodiversiteit, kiezen of verliezen'. In de bijeenkomsten kunnen burgers en maatschappelijke organisaties aangeven hoe volgens hen het verlies van biodiversiteit is te stoppen. De uitkomsten worden verwerkt in een advies aan het kabinet.

levenstijltypen
De avond begon met een presentatie van Lianne van der Wijst van onderzoeksbureau GfK. Zij doet sinds 2005 onderzoek naar duurzame consumptie, waarbij gemeten wordt wat mensen daadwerkelijk consumeren. Uit dit onderzoek blijkt dat duurzame consumptiepatroon niet bepaald wordt door economische of demografische kenmerken, maar vooral een kwestie is van ‘levensstijltypen’. Deze typen delen mensen in aan de hand van waardepatronen en levenshoudingen.
Hoewel 89% van de huishoudens wel eens een biologisch product heeft gekocht, kiest slechts 2 tot 5 % op meer structurele basis voor duurzame producten. 45 à 50% van de Nederlandse bevolking vindt duurzaamheid wel belangrijk, maar zien dat als belangrijkste motief wanneer zij een keuze maken voor een product: prijs of merk is belangrijker dan duurzaamheid. Dan is er ook nog een groep van ongeveer 45% die vrijwel niet open lijkt te staan voor duurzame consumptie.
Na vele jaren van campagne voeren is duurzaamheid bij de middelste groep wel gestegen op het lijstje van motieven bij het maken van een keuze voor een bepaald product. Duurzaamheid komt nu vaak op de tweede plaats. Impliciet gaan mensen er van uit dat hun favoriete merk er wel voor zorgt dat hun productieprocessen in orde zijn, vertelt Nico Roozen van Solidaridad. Gelukkig is hier een trend in te zien, waarbij grote merken zich steeds meer inzetten voor duurzame productie. Vooorbeelden hiervan zijn Mars en Sara Lee (het bedrijf achter DE en Pickwick). Toch werd er op gewezen dat deze trend niet plaatsvindt bij alle productgroepen: in sommige sectoren is nog weinig aandacht voor duurzame productie.

uitzondering
Emotie-econoom Henriëtte Prast wees erop dat het belang van informatie niet overschat moet worden in de discussie rondom duurzaam consumeren. Informatie over de duurzaamheid van producten is belangrijk, maar emoties spelen een grote rol bij de keuzes die consumenten maken. Hierbij gaat het om wat de norm is: mensen willen niet graag de uitzondering op die norm zijn. Zij willen niet het gevoel hebben dat ze hun keuze moeten verantwoorden of uitleggen. Een voorbeeld hiervan is dat vegetariërs altijd hun dieetwensen moeten doorgeven bij diners en bijeenkomsten(zij zijn dus de uitzondering). Om vleesconsumptie te ontmoedigen, zou dit omgedraaid kunnen worden, bijvoorbeeld door te kiezen voor het principe 'Carnivoor? Geef het door.' Hierdoor wordt (af en toe) vegetarisch eten meer een sociale norm.

doelgroepen
Vanuit het publiek werd benadrukt dat het belangrijk is om de verschillende doelgroepen anders te benaderen, wanneer je hen wil stimuleren duurzaam te consumeren. De 2-5% die regelmatig duurzaam consumeert is makkelijker te stimuleren met meer informatie, die het voor hen makkelijker maakt om te kiezen voor duurzame producten. Voor de 40-45% voor wie duurzaamheid een tweede keuzemotief is, lijkt het belangrijk om bedrijven te stimuleren duurzaam te produceren en te kijken of duurzame producten meer de sociale norm kunnen worden. Wat betreft de laatste groep, die niet open lijkt te staan voor duurzame consumptie, zou de overheid wetgeving kunnen maken die onduurzame producten weert uit de schappen van de supermarkt.

Het volgende debat van de Taskforce staat in het teken van ‘innoveren voor biodiversiteit’ en vindt plaats op 16 november in Felix Meritis in Amsterdam.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen